Tafeltennis.nu

{modulepos banner-article}

Dit is deel 2 van het interview dat tafeltennis.nu had met tafeltennistrainer 4 en voorzitter van de Vereniging Van Tafeltennistrainers (VVTT) Thomas Groenevelt. Ondanks zijn relatief jonge leeftijd heeft Thomas al een hele "carrière" als trainer gemaakt. Thomas geeft in dit 2e deel zijn mening over (aspecten van) onderwerpen als vakblad VISIE, de trainersopleidingen, meisjestafeltennis, het opleiden van topjeugd en zijn ambities voor de toekomst.

Het 1e deel van het interview met Thomas is hier te lezen.

Tafeltennis.nu: Het vaktijdschrift van de VVTT VISIE vind ik belangrijk voor de ontwikkeling van de trainers en naast bijscholingen een belangrijke informatiebron om kennis uit te wisselen voor de trainers. Ik neem aan dat je die mening deelt. Kun je een artikel uit VISIE belichten wat je in dat licht bijzonder geslaagd vindt? Met welk thema ben je op dit moment bezig en/of wat is het thema van de volgende VISIE?

Thomas: Eens met dat VISIE belangrijk is voor trainers en het zou toch wat zijn als ik dat zou willen relativeren. Ons vakblad VISIE vind ik eerlijk gezegd de parel van de VVTT. Voor dit interview heb ik eens gekeken wat de oudste VISIE op onze website is: die komt uit 1984. Het is niet altijd even makkelijk geweest om VISIE uit te brengen,maar de laatste jaren hebben we toch minimaal twee VISIES per jaar uitgebracht. Een drijvende kracht daarin is ook Irene Faber geweest; het is voor ons te hopen dat ze na haar afscheid dit najaar betrokken kan blijven. Dan over de volgende VISIE. Omdat Irene het dames- en meisjestafeltennis een meer dan warm hart toedraagt, leek het ons een mooi gebaar om de volgende VISIE aan dat onderwerp te wijden. Als je ziet dat ongeveer een op de tien tafeltennissers vrouw is, ligt daar voor clubs en trainers een mooie handschoen om op te pakken. Er is niet echt een op zichzelf staand artikel dat er voor mij uitspringt. Elke keer gaat toch weer om het totaalplaatje. Het is leuk om aan VISIE te werken, zeker als ie net verschenen is geeft dat een trots gevoel. Zelf vind ik het altijd onze taak om ook zoveel mogelijk praktisch te blijven: wat heb je er nou aan als trainer in de praktijk? Volgens mij slagen we daar best aardig in, maar feedback is natuurlijk altijd welkom.


Tafeltennis.nu: Kun je aangeven wat je visie is op de opleiding van tafeltennistrainers door de bond? Gaat bijvoorbeeld het theoretische gedeelte diep genoeg voor laten we zeggen niveau 3 opleidingen? Is de balans tussen theorie en praktijk goed? Is de opleiding wellicht te breed als bijvoorbeeld ook ledenwerving aan de orde komt? Andere opmerkingen en/of aanbevelingen?

Thomas: Op dit moment worden de trainersopleidingen stuk voor stuk opnieuw tegen het licht gehouden en op dat terrein werken de NTTB en de VVTT goed samen. Je vraagt naar mijn mening en daar wil ik best wat over zeggen. Volgens mij moet je altijd beginnen met het grote plaatje: wat wordt verwacht van de verschillende niveaus? Ik denk even hardop. Om te beginnen vind ik dat de NTTB zelf de regie moet pakken en zoveel mogelijk sportspecifieke opdrachten moet geven.

Een niveau 2 trainer geeft training aan beginnende spelers, meestal jeugdspelers. Nu is het zo dat hier wordt opgeleid tot zogeheten assistent-trainers, maar “tussen droom en daad” zit een wereld van verschil. Waar in Nederland wordt met assistent-trainers gewerkt? Het zal voorkomen en is ook aan te bevelen, maar niet in lijn met de werkelijkheid. Zinvoller zou het mijns inziens zijn om de opleiding om te dopen naar bijvoorbeeld “Basistrainer”. Ik heb afgelopen seizoen zelf de niveau 2 opleiding in Groningen verzorgd en dan merk je hoe grondig de opleiding aan vernieuwing toe is. In de oude opleiding worden allerlei slagtechnieken tot in detail uitgediept, maar volgens mij is de essentie hoe je beginners enthousiast krijgt en dat ook zo weet te houden. Veel aandacht voor leuke oefenvormen, pedagogische handvatten en hoe je techniek impliciet kunt aanleren.

Bij de niveau 3 trainer wordt meer de diepte ingegaan. Ik heb pas iemand bij deze opleiding als stagebegeleider ondersteund. Wel heel veel opdrachten die niet met training geven te maken hebben, daar mag van mij behoorlijk in geschrapt worden. Wat moet je als trainer kunnen? Een interessante trend is de compacte cursus, waarbij je met een beperkt aantal cursusdagen intensief wordt opgeleid. Zit ik wel wat dubbel in, maar het is een mooi experiment. Je ziet toch dat veel valt of staat met begeleiding op de vereniging, op veel clubs zijn ze niet en dat geeft vaak best wat uitdagingen voor cursisten.

De niveau 4 wordt door NTTB (specifieke deel) en NOC*NSF (algemene deel) samen gegeven. Het is alweer even geleden dat ik de opleiding volgde, maar mijn ervaring is dat het specifieke deel veel meer vanuit de bond zou mogen komen. Ook waren er wel heel veel opdrachten waar best het een en ander te combineren valt. Liever net wat meer diepte dan een veelvoud aan opdrachten.

Over de niveau 5 weet ik niet echt wat de ambities zijn.


Tafeltennis.nu: Zie je een speciale rol weggelegd voor dames trainers en dames coaches bij (jeugd)speelsters en bij de werving van nieuwe meisjes? Zie je een meerwaarde bij “girls only” trainingen?

Thomas: De eerste vraag is: willen we meer meisjes in tafeltennisland hebben? Volmondig ‘ja’ wat mij betreft en ik betwijfel of er mensen het ermee oneens zijn - of je moet zoiets in de huidige tijdsgeest seksistisch vinden. Snap ik ook, en ik voel die nuance zelf ook wel. Echter, aan het einde van de dag vind ik de noodzaak te groot om daarin te blijven hangen. Neelie Kroes is als VVD-liberaal ook voor positieve discriminatie om een cultuur te doorbreken: het doel dat de middelen heiligt. In de wandelgangen hoor ik over een nieuw project dat speciaal hierop gericht is. Reuze goed. Sla de analyses over en gelijk focus op actie in de regio’s.

Hoe komen we aan veel meer meisjes? Ik denk even hardop. Verspreid door het land grote tafeltennisdagen voor meisjes waarin clubs en NTTB per locatie samenwerken. Britt Eerland komt langs en verzorgt een leuke clinic. Iedereen na afloop een leuke folder mee en van tevoren was al goed nagedacht over opvang op de vereniging (net zo belangrijk als werving). Per meisje dat lid wordt een financiële prikkel voor de vereniging of we maken er een leuke wedstrijd van. Ondanks mijn pleidooi moet ik wel zeggen dat ik minder fan ben van zogenaamde “girls only trainingen”, want dat zondert ze ook wel weer gelijk zo af en je wilt uiteindelijk juist een klimaat hebben waar ze samen trainen - en dat kan natuurlijk ook best.

Tafeltennis.nu: Wat kunnen in jouw ogen trainers van niveau 3, 4 en 5 extra bijdragen aan de ontwikkeling/opleiding van jeugdtalenten (A-licenties, 14-21 jaar) voor de nationale top en als ze goed genoeg zijn voor de Europese top?

Thomas: Dit is een enorme vraag. Ik vind het moeilijk om er antwoord op te geven, maar voel ook aan dat ie me triggert. Laat ik vooropstellen dat een trainer een cruciale schakel is in die zin dat hij zijn omgeving (spelers, club, ouders) kan triggeren om iets neer te zetten. Met zijn passie, optimisme, inzicht in het spel en de persoon is hij onmisbaar voor de fanatieke jeugdspeler die wat wil. De trainer is echter ook vaak een heel breekbare schakel: hoe vaak stort een project wel niet in elkaar als de trainer ermee stopt? Noodgedwongen of niet. Het valt mij al jaren op dat als je met fanatieke trainers spreekt er zich toch al gauw een zweem van frustratie in het gesprek nestelt. Te weinig geld, te veel trainers die zich met een speler bezig houden, een gebrek aan financiële middelen, te veel reizen. Een paar gekken willen er nog wat van maken, maar het is jammer dat we het van die passionado’s moeten hebben.

Volgens mij zitten we in een fase dat we in Nederland echt weer sterke verenigingen nodig hebben die een verschil willen maken. Met jaloezie denk ik terug aan een stage in Zweden een paar jaar terug. Die stage was op een internaat waar trainers fulltime in dienst waren. Ik zou zelf niets anders willen als ik diep in mijn hart kijk. Jammer dat de regels omtrent internaten anders liggen in Nederland.

Tafeltennis.nu: Recent heeft de bond plannen gestart om de opleiding van topjeugd meer te decentraliseren. Er wordt nog wel gestreefd naar een uniforme structuur waarbij de naam van Bettine Vriesekoop wordt genoemd. Zij zou gaan starten met een pilot in Amsterdam. Wat zijn jouw ideeën over dit onderwerp (enthousiast, minder enthousiast, kan beter, kijken wat het wordt, ander voorstel)?

Thomas: Ik vind het een heel goede zet om te decentraliseren. Het gaat er volgens mij namelijk om dat je op jonge leeftijd in een goede trainingssituatie verkeert en daartoe heb je in de regio’s kwaliteit nodig. Concreet is me nog lang niet alles duidelijk, ik denk ook dat er op dit moment nog over gesproken wordt. Je mag bij me terugkomen als het plan openbaar is geworden. Wel hoop ik dat er niet weer een waslijst aan criteria uitrolt die mij als trainer gelijk de zin al zou ontnemen: zoveel clubs per se samen, zoveel spelers per se samen, zoveel trainers per se samen et cetera. Om nog maar te zwijgen van allerlei individuele doelstellingen voor de speler waaraan toch wel moet worden voldaan. Daar zou ik echt voor willen waken. Het komt volgens mij hier op neer: kunnen bond en initiatief elkaar in de kern vinden? Geef het dan een kans, hou het simpel en laat vertrouwen en maatwerk de boventoon voeren.


Tafeltennis.nu: Wat zijn je ambities voor de toekomst in tafeltennis?

Thomas: Toen ik in 2011 voor het eerst op een Europees Jeugdkampioenschap rondliep, waren de Nederlandse spelers stuk voor stuk al snel uitgeschakeld. Ik was twee dagen in shock. Was ik hier nou trainer voor geworden? Andere trainers die al veel langer training gaven wisten wel hoe het zat. Ik heb alle redenen gehoord waarom het in Nederland gewoon niet kan. Ik ben van mening dat het wel kan. Mijn ambitie is om vanaf jonge leeftijd spelers op te leiden naar Europese top (en graag nog hoger). Crucialer is het dat er dan wel een structuur moet zijn die verder gaat dan mijzelf. Het moet wel ergens om gaan. Op mijn vereniging probeer ik mensen mee te krijgen die ook voor een prestatieve benadering willen gaan. Kijken of dat lukt, we staan daar echt nog maar aan het begin.

Om het beste uit mijn spelers te halen, vind ik dat ik ook het beste uit mezelf moet halen. Ik lees veel, kijk veel, praat veel en verdiep me in facetten waar ik vind dat ik meer vanaf moet weten. Weinig bijscholingen of intervisies die ik oversla. Het lijkt me ook nog eens reuze interessant om de opleiding Tafeltennistrainer 5 te doen. Mooie vervolgstap. Volgens mij is deze opleiding voor het laatst in 2003 verzorgd aan een groep deelnemers. Zou toch mooi zijn als er weer zo’n mooi project zou komen. Nou ja, we gaan het zien allemaal.

Tafeltennis.nu bedankt Thomas Groenevelt voor dit interessante interview en wenst hem uiteraard veel succes bij al zijn toekomstige tafeltennisactiviteiten. En we kijken uit naar volgende interviews met hem in de toekomst.

Het 1e deel van het interview met Thomas is hier te lezen.