Tafeltennis.nu

Onze columnist Lex Bruijn pakt weer een van zijn geliefde onderwerpen op en beschijft helder hoe de landelijke competitie naar zijn mening opgezet zou moeten worden.

"
Het blijft natuurlijk een vreemde zaak en voor buitenstaanders niet te begrijpen, dat de NTTB er maar niet in slaagt om binnen haar eigen landelijke competitie tot een uniforme opzet te komen. Een eredivisie van 8 teams met een competitie die het hele jaar duurt, daaronder twee 1e divisiepoules van 6 teams met een hele najaarscompetitie die alleen wordt gespeeld om te bepalen wie in het voorjaar gaat spelen in de promotiepoule, rechtstreeks degradeert of nog mag spelen in de degradatiepoule. Daaronder de 2e en 3e divisie met poules van 6, twee competities per jaar en dus twee keer de kans om te promoveren, dan wel te degraderen. Eigenlijk een lachertje dus. Laat ik maar eens een poging wagen om wat orde te scheppen in de competitie chaos.

In mijn ogen zijn er veel te veel landelijke teams t.o.v. het aantal competitie spelende leden. In mijn opzet wordt dat aantal teruggebracht naar 64 landelijke teams, 28 minder dan nu. De competitie bestaat uit één poule in ere- en 1e divisie, 2 poules in de 2e divisie en 4 poules in de 3e divisie, waarbij alle poules bestaan uit 8 teams. In elke klasse wordt een volledige competitie gespeeld (14 wedstrijden) die begint in het najaar en eindigt in het voorjaar.
Eredivisie: Verloopt zoals de laatste jaren gewoon is. De winnaars van de wedstrijden 1-4 en 2-3 spelen (best-of-three) om het landskampioenschap. Verder spelen de verliezers van de wedstrijden 5-8 en 6-7 om rechtstreekse degradatie (best-of-three), de winnaar van die ontmoeting wacht daarna nog één degradatiewedstrijd tegen de verliezer van de promotiewedstrijd in de 1e divisie.

1e divisie: Na de reguliere competitie spelen ook hier 1 tegen 4 en 2 tegen 3 (best-of-three). De verliezers zijn klaar en de winnaars spelen in één ontmoeting om rechtstreekse promotie. De verliezer van die wedstrijd speelt nog om promotie tegen het team uit de eredivisie. De verliezers van 5-8 en 6-7 (best-of-three) degraderen beiden rechtstreeks terwijl de twee winnaars nog één degradatiewedstrijd spelen tegen de verliezers van de play-down in de 2e divisie (via loting).

2e divisie: Hetzelfde systeem bij de nummers 1 t/m 4. Beide winnaars promoveren, de verliezers krijgen nog een kans om te promoveren. Na het spelen van 5-8 en 6-7 (best-of-three) degraderen de verliezers naar de 3e divisie, de winnaars (4 in getal) krijgen in één wedstrijd nog een kans degradatie te ontlopen tegen 3e divisieteams die in de promotiewedstrijd aan het kortste eind hebben getrokken.

3e divisie: Identieke werkwijze aan de bovenkant. Ook hier dus 1-4 en 2-3 (best-of-three), waarbij de vier winnaars promoveren naar de 2e divisie. De verliezers krijgen één herkansing tegen de winnaars onderin de 2e divisie. Onderin de 3e divisie ruilen de acht verliezers van plaats met de kampioenen van de 8 afdelingen. De winnaars van de wedstrijden 5-8 en 6-7 spelen tegen teams uit de afdelingen die recht hebben op meer promotieplaatsen. Dat betekent wel dat in sommige afdelingen waarin meerdere poules zijn in de hoogste afdelingsklasse nog een nacompetitie gespeeld zal moeten worden om uiteindelijk 1 kampioen te bepalen.

Voordelen op een rijtje:
• Eenduidige en overzichtelijke competitieopzet (zou in de afdelingen navolging moeten krijgen)
• Minimaal speelt elk team 16 wedstrijden, andere teams 18 of 19 wedstrijden
• Gewaarborgde spanning voor elk team tot aan het einde van de competitie
• Geldt alleen voor de herencompetitie. Invoering bij de dames als daar meer teams zijn
• Minder landelijke teams, passend bij het aantal competitie spelende leden
• De hele landelijke competitie kan in dezelfde weekenden worden verspeeld

Deze column voor tafeltennis.nu is geschreven door Lex Bruijn.