Tafeltennis.nu

Een uitgebreide analyse door Jack Aarts van de huidige situatie en het toekomstperspectief van het toptafeltennis is door hem verwoord in een goed leesbaar verhaal waarin een genuanceerd beeld wordt geschetst. Het is hieronder te lezen onder de titel "
Nederlands tafeltennis heeft 2 gezichten", door Jack Aarts.



Inleiding.
Het Nederlands tafeltennis verkeert in zwaar weer, niet alleen nationaal maar zeker ook internationaal. Met de heren- en de jeugdsectie gaat het nationaal en internationaal niet goed, het contrast met de damessectie is erg groot. Vandaar ook de kop van dit artikel. Het is dankzij ons damesteam dat we internationaal nog meedoen en enig aanzien hebben. Het damesteam is in Europa absolute top en wereldwijd horen ze bij de beste 8 landen. De goede resultaten van het damesteam zorgen ervoor dat er regelmatig geld binnenkomt bij de N.T.T.B. waardoor het mogelijk is om een topsportbeleid te voeren. Het nu uitgestippelde topsportbeleid (meerjarenbeleidsplan topsport 2010-2016) zet geen zoden aan de dijk. Het H.B. van de N.T.T.B. moet er in samenspraak met de organisatie topsport voor zorgen dat er een adequaat en doelmatig topsportbeleid wordt gevoerd, waarbij het opleiden van spelers naar internationaal niveau centraal staat. De ervaring leert ons dat er van de meerjarenbeleidsplannen van de N.T.T.B. vaak niks terecht komt en dat er alleen maar ad hoc beleid wordt gevoerd. Daarom is het ook niet verwonderlijk dat er bijna geen jeugdspelers doorstromen- en ook daadwerkelijk aansluiting vinden bij de dames- of herenselectie. Dit is een groot probleem, hierdoor komt de continuïteit van de dames- en herenselectie ernstig in het gedrang. Voorbeelden van afhakende jonge senioren zijn er te over, ik noem er enkele: C. ter Lüün, M. de Vries, B. de Vries, T. Cohen, R. van Duin, C. Nouwen, A. Barendregt, D. Overbeeke, P. Leppers, K. Hageraats, N. van der Lee, S. Dieker, N. Zetsen en K. Vermaas.
Een verdere inspectie van de hierboven genoemde secties (dames, heren en jeugd) levert de volgende constateringen op.

Het damesteam.
De kern van het damesteam (A-selectie) bestaat uit Li Jiao, Li Jie, Britt Eerland en Linda Creemers, waarbij laatstgenoemde de afgelopen periode niet actief was vanwege de geboorte van een kind. De coaching is in handen van Elena Timina, voormalig speelster van het team.
De behaalde successen in de afgelopen jaren zijn vooral te danken aan de inbreng van Li Jao en in iets mindere mate Li Jie, beide speelsters hebben een Chinees verleden. Zonder deze beide speelsters stelt het damesteam internationaal niet veel voor. Li Jiao is inmiddels 42 jaar jong en het gaat nog steeds fantastisch; op de onlangs gehouden Europese spelen in Baku wist ze op magistrale wijze de titel in het enkelspel voor zich op te eisen. In de finale werd de andere Nederlandse Li Jie volslagen kansloos gelaten. Tafeltennisprimeur sprak terecht over een masterclass van Li Jiao v.w.b. het spelen tegen verdedigers. In de landenwedstrijden eindigden de Nederlandse dames op een keurige 2e plaats achter Duitsland. De grote vraag is: hoe lang gaat Li Jiao internationaal nog door? Voor het Nederlands tafeltennis is het van groot belang dat Li Jiao ook na de O.S. van Rio de Janeiro in 2016 internationaal blijft spelen. Stoppen zou een ramp betekenen voor het damesteam maar zeker ook voor het Nederlands tafeltennis. Opvolging is er namelijk niet, nu niet en de komende jaren ook niet. Britt Eerland doet het wel goed maar ik denk niet dat Britt in staat moet worden geacht om het stokje van Li Jiao t.z.t. over te nemen.
Ik constateer dat er momenteel bij de jonge senioren maar ook bij de jeugd geen speelsters zijn die de potentie/ambitie hebben om (op termijn) het niveau van het damesteam te bereiken. Ook voor de iets langere termijn ben ik niet erg optimistisch, daarbij vooral kijkend naar de ontwikkelingen bij de jeugd.



Het herenteam.
Op dit moment zijn er bij de N.T.T.B. op papier geen herenselecties actief. Eind vorig jaar is de stekker uit het topsportbeleid t.a.v. de heren getrokken, er wordt geen geld meer beschikbaar gesteld door de N.T.T.B. Toch wordt er door de heren nog deelgenomen aan internationale toernooien. Zo werd er in het voorjaar deelgenomen aan de W.K. senioren in Suzhou China. De heren wisten daar geen aansprekende resultaten te behalen. De informele herenselectie bestaat uit: Ewout Oostwouder, Rajko Gommers, Laurens Tromer en Martin Khatchanov. De laatste is tot het eind van het jaar geschorst. De herenselectie speelt Europees in de laagste divisie (Challenge divisie), op het E.K. vorig jaar in Lissabon Portugal lukte het de heren niet om promotie af te dwingen. Het toekomstperspectief voor de heren ziet er niet goed uit, het zal heel moeilijk worden om uit de kelder weg te komen. De vraag is dan hoe lang deze spelers gemotiveerd blijven als ze zien dat er geen progressie wordt geboekt. De afgelopen jaren leert ons dat heel veel spelers er dan internationaal mee stoppen en alleen nog nationaal spelen voor hun plezier (zie opsomming spelers bij inleiding).
Op korte termijn zie ik geen adequate opvolgers/aanvulling klaar staan, de spoeling bij de jonge senioren en de junioren is heel dun. Dat betekent dat we het de komende jaren zullen moeten doen met de spelers die er nu staan en er maar het beste van hopen. Deze wetenschap stemt mij niet hoopvol voor de (nabije) toekomst. Je kunt stellen dat het herenbeleid van de afgelopen 10/15 jaar (na periode Heister, Keen) niet heeft gewerkt en is mislukt.

De jeugd.
Hier begint de opleiding van spelers naar internationaal niveau, hier moeten dus ook de investeringen beginnen. Om op termijn kwaliteit te realiseren hebben we eerst kwantiteit nodig. Hier doemt het 1e probleem op, het aantal jeugdspelers neemt schrikbarend af, clubs hebben bijna allemaal te kampen met teruglopende ledenaantallen. Het imago van de tafeltennissport heeft dringend behoefte aan nieuwe impulsen.
Het 2e probleem dat zich voordoet is het kader, veel clubs hebben niet de beschikking over een goede trainer die in staat is om op een verantwoorde manier de kinderen de beginselen van het tafeltennisspel bij te brengen. Veel clubs werken met vrijwilligers die daar niet toe in staat zijn. Het is ontzettend belangrijk dat de basis technisch/motorisch goed wordt aangeleerd, als dit niet gebeurt wordt het in een later stadium heel moeilijk om dit nog te herstellen, vaak lukt dat niet meer. De beste trainers moeten op de jongste kinderen worden gezet.
Het 3e probleem is de jeugdcompetitie, die is door al de dispensaties volledig uitgehold en stelt niks meer voor. Al onze jeugdspelers die een leuk balletje kunnen slaan vragen dispensatie aan, ze krijgen die ook bijna altijd, om in de seniorencompetitie te gaan spelen. Wat je nu ziet gebeuren is dat de seniorencompetitie, met name bij de dames, een veredelde jeugdcompetitie dreigt te worden. Een sprekend voorbeeld is Westa uit Wessem die het damesteam (eredivisie) verjongen met Karlijn van Lierop (net 13 jaar), Emma van der Zanden (net 12 jaar) en Vicky Schijven (net 13 jaar). Ik vind dat dit te ver gaat, het zou reglementair niet moeten kunnen. Ouders moeten hun kinderen beschermen en hier niet aan mee werken. Bij Westa waren ze waarschijnlijk zo wanhopig dat ze hebben besloten om deze kinderen op de teamlijst te plaatsen. Als je niet in staat bent om met goed fatsoen een damesteam samen te stellen sla dan een jaar over, ga je niet in twintig bochten wringen om kost wat kost een damesteam op te kunnen stellen. Dit is niet goed voor het imago van de eredivisie dames en de gehele tafeltennissport in het algemeen.


Ik pleit er voor om weer een sterke jeugdcompetitie op te zetten, waarbij alleen exceptionele talenten (voorbeeld Vriesekoop, Hooman) vanaf een bepaalde leeftijd, dispensatie kunnen krijgen om bij de senioren te spelen. We moeten zorgvuldiger omgaan met onze (grote) talenten en ze zeker niet gelijk in het diepe gooien. In de meeste gevallen loopt dit slecht af, spelers haken gedesillusioneerd af en stoppen.
Het is erg moeilijk om spelers op te leiden naar internationaal niveau, het hele systeem moet daar van het begin tot het einde op zijn ingesteld. De N.T.T.B. slaagt er steeds maar niet in om jeugdspelers op internationaal niveau te krijgen. Men gaat nu een nieuwe poging ondernemen.
Medio augustus start de N.T.T.B. met een nieuw project, Mirjam Hooman zal op Papendal het CTO tafeltennis gaan leiden. De kern wordt gevormd door de huidige cadetten selectie, aangevuld met nog enkele speelsters (Vera v. Boheemen, …….). Het idee om meer en intensiever te gaan trainen kan ik alleen maar toejuichen, ik hoop dat deze meiden het op kunnen brengen en volhouden. Volgens Mirjam Hooman moeten deze meiden het damesteam van de toekomst gaan vormen. Welk niveau heeft ze daarbij in gedachten ? Nogmaals, ik vind het heel goed dat deze trainingen er komen. Ik mis de goede invulling van de 1e fase, deze meiden hebben gemiddeld al 5 trainingsjaren achter de rug. Een periode waarin vaak onder minder goede omstandigheden werd getraind, daar waar ook de fouten erin sluipen en de achterstanden internationaal ontstaan.
In mijn optiek moet je talenten snel opsporen (6 - 8 jaar) en in een goede lijn brengen, dat kan in de 1e fase binnen clubs en/of via de afdelingstrainingen. Goede, deskundige trainers (club, afdeling), bekwaam in het opleiden van jonge kinderen, moeten zich over deze kinderen ontfermen, een ontwikkelplan opstellen en dit ook bewaken/controleren en daar waar nodig bijsturen. Periodiek vindt er een check plaats met de landelijke organisatie middels de centrale trainingen op Papendal. Hierbij is ook de verantwoordelijk club/afdelingstrainer aanwezig, hij/zij is leidend in het hele proces. Na deze 1e fase kunnen de kinderen op niveau, met een goede basis, op een verantwoorde wijze instappen in het CTO Papendal.
Alleen als we het opleidingsproces van het begin tot het einde goed invullen hebben we internationaal een kans van slagen. Met een deel van het proces gaan we het naar mijn mening internationaal niet redden, de achterstand is en blijft dan te groot. Incidentele successen zullen er altijd zijn, vaak voortkomend uit heel veel eigen initiatief van de speler en/of de ouders.

Conclusie.
We moeten met zijn allen heel erg blij zijn dat Li Jiao nog steeds zo goed speelt en hopen dat ze nog vele jaren doorgaat met spelen voor het damesteam. Mocht Li Jiao onverhoopt toch stoppen na de O.S van Rio 2016 dan hebben we een groot probleem. Het damesteam zal dan gaan zakken op de internationale ranglijst met als gevolg dat er minder geld beschikbaar wordt gesteld voor topsport.
De achilleshiel in het topsportbeleid van de N.T.T.B. is de jeugdopleiding, daar ontstaan de internationale verschillen die in de loop der jaren alleen maar groter worden. De enige speelster die er in de afgelopen 10 jaar in is geslaagd om internationaal aan te sluiten bij de senioren dames is Britt Eerland (Europees kampioen junioren 2010), omdat het proces, geheel op eigen kracht, van begint tot einde door Anton Pleijsier i.s.m. vader André Eerland goed werd ingevuld (regelmatig extra trainen en spelen in het buitenland).



Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen en veel beter samenwerken, clubs, afdelingen en organisatie topsport doen dat niet en maken er een rommeltje van.
Mijn stelling is dat we met het huidige spelersmateriaal en trainingsmogelijkheden veel beter kunnen presteren dan tot nu toe het geval is, ik kan geen genoegen nemen met het feit dat al onze jeugdteams op het EJK in de 2e categorie spelen.
Om dat te veranderen moet het roer bij de N.T.T.B. en de clubs volledig om, er zal vooral een andere mentaliteit, een andere manier van denken over topsport (volledige toewijding en overgave aan de sport zoals de Roemeense meiden) moeten ontstaan bij iedereen (leiding, trainers en vooral spelers). Om deze mentaliteitsverandering, andere manier van denken te realiseren zal de personele bezetting bij de N.T.T.B. binnen de leiding, trainers en spelers kritisch moeten worden bekeken. Het kan niet zo zijn dat mensen die jarenlang geen prestaties leveren eenvoudigweg kunnen blijven zitten.
We moeten echt met zijn allen aan de slag (krachten bundelen) om er voor te zorgen dat tafeltennis in Nederland weer een toekomst krijgt.
Ik blijf positief ingesteld en leef met de gedachte/verwachting dat het op (korte) termijn allemaal nog goed gaat komen. We moeten leren van onze fouten.


Ik stel het op prijs als er op dit artikel wordt gereageerd.


Met vriendelijke sportgroet,
Jack Aarts.
(trainer/coach/analist)